Interviews over LEF - Praten met de makers

Op vrijdag 25 maart waren er twee leerlingen van de productieklas op Lindenberg Aldenhof: Teun en Hidde. De productieklas gaat een aantal keer op bezoek bij de verschillende afdelingen die bij LEF betrokken zijn.

Voor deze dag stond het onderdeel ‘communicatie’ op het programma. Onder begeleiding van Sjoerd Los, marketing- en communicatiemedewerker van Lindenberg op School, gingen Teun en Hidde
aan de slag.

Communicatie

Wat houdt de communicatie in voor een project als LEF?

Alle kinderen die meedoen en hun ouders moeten op de hoogte gehouden worden via de nieuwsbrief. Voor die nieuwsbrief moeten er teksten geschreven en foto’s gemaakt worden. In een nieuwsbrief staan vooral hele nuttige dingen, zoals wanneer de voorstellingen zijn, wie eraan meewerken, waar de voorstelling over gaat en de vraag of ouders mee willen helpen.

Verhalen vertellen

Naast al die hele nuttige informatie is het natuurlijk ook leuk als we verhalen kunnen vertellen die met LEF te maken hebben. Hoe kom je aan die verhalen? Je kunt als communicatiemedewerker natuurlijk op bezoek gaan bij een repetitie en een verslag schrijven over wat je daar ziet en meemaakt. Maar de mensen met de beste verhalen over LEF zijn de mensen die achter en voor de schermen soms al jarenlang aan het werk zijn om LEF mogelijk te maken.

Het interview

Teun en Hidde kregen daarom de opdracht om Pieter van de Waterbeemd te interviewen. Pieter is de schrijver van het nieuwe verhaal van LEF, ‘Reis naar de regenboog’.

Hoe gaat het met u?

Het gaat heel goed. Ik ben zonder problemen door de coronatijd heen gekomen. Alweer met wat dingetjes bezig zo links en rechts. En verder geniet ik heel erg van het feit dat ik al min of meer met pensioen ben. Dat is niet echt officieel, want als schrijver kun je eigenlijk tot aan je dood doorwerken. Ik geniet er heel erg van dat ik wat meer ruimte en tijd heb. Niet voortdurend zoals vroeger de stress van je gaat maar door van de ene productie naar de andere – wat wel heel leuk was – dat hoeft nou niet meer.

Dus hoe het nu is, is het ook wel fijn?

Ja, dat vind ik prima. Nog wel wat schrijven, er lopen nog wat dingen. Soms ook kleinere projecten, zoals dit LEF-project wat voor mij een klein project is. Het is niet een script van een musical van twee uur, het is wat dat betreft wat overzichtelijker. Maar dat maakt niet uit, want ik heb er net zo serieus en met net zoveel plezier aan gewerkt als aan alle andere dingen.

Hoe ben je op het idee gekomen om het stuk te schrijven?

Er lag al een soort idee. Jos Verest had al iets bedacht over een groep kinderen. Op het idee van Jos ben ik doorgegaan. Dat idee van een club met kinderen die onderweg zijn en van alles meemaken, sprak me aan.

Toen ik kind was, lang geleden in de jaren vijftig, las ik een keer een Donald Duck waarin de neefjes op avontuur gingen naar het eind van de regenboog omdat daar een pot met goud was. Op de een of andere manier kwam dat weer bij me terug, en dat heb ik als uitgangspunt genomen om dit stuk te schrijven.

Met wie heb je het stuk geschreven?

Vooral met Jos Verest. Met hem heb ik het meest contact gehad over de verschillende versies. Een stuk is nooit in één keer af. Verder heb ik nog contact gehad met Rini Sonnemans, manager van Lindenberg op School, en nog wat andere mensen tijdens het schrijven van het stuk.

Waarom heb je het stuk geschreven?

Omdat het mij gevraagd werd. Rini heeft mij gebeld, dat zij en Jos een schrijver zochten. Jos kende ik al langer, want met hem heb ik eerder ook al een stuk voor LEF geschreven. Ik vind LEF een mooi project en wil daar ook graag voor schrijven. Dus ik heb de uitnodiging dankbaar aangenomen.

Wat vind je het leukste aan het stuk?

Dat is best een moeilijke vraag, want het is als schrijver lastig om te zeggen wat je het leukste vindt aan iets wat je geschreven hebt. Maar ik denk vooral het neerzetten van die vijf kinderen als verschillende karakters, en ze door die reis wat dichter bij elkaar te laten komen. Dat idee vond ik het leukste van het verhaal.

Welke van de personages vind je het leukste?

Ik vind ze allemaal even leuk en grappig. Ze hebben allemaal wel iets onhandigs en het zijn ook niet allemaal engeltjes: de een heeft daar wat meer last van en de ander daarvan. Dat maakt het juist ook interessant en herkenbaar, maar ik heb dus geen voorkeur ten aanzien van een personage.

Heb je ook wel eens zelf op een podium gestaan?

Heel lang geleden heb ik zelf ook een paar jaar gespeeld in een amateurtoneelgroep. Verder heb ik wel eens opgetreden met een muziekprogramma. Dat was een soort cabaretprogramma, een satirisch smartlappenprogramma. Een verhaal van een familie die optreedt en dan gebeurt er ondertussen van alles waardoor het misloopt. In stuk zaten allerlei liedjes die we zongen in de sfeer van grappige smartlappen. Dat is het wel wat betreft mijn ervaring op het podium. Niet zo heel veel, maar ik ken het op het podium staan dus wel.

Je kunt je daardoor wel herkennen in hoe het is op het podium?

Ik denk dat ik me goed kan verplaatsen in de personages in het stuk, en wat ze op dat moment meemaken. En ook wat ze met elkaar doormaken, hoe dialogen ontstaan. Ik sta eigenlijk ook zelf op dat toneel, en kruip in al die personages.

Er zit in alles wat je schrijft altijd wel iets van jezelf. Wat ik verder herken is het gevoel van het spelen: ik sta daar, ik zit in het stuk – ik acteer mee.

Als ik aan het typen ben zit ik zachtjes de tekst uit te spreken, zodat ik hem hoor als ik hem schrijf. Ik hou van theater en ik heb er ook wel gevoel voor - dat helpt mij bij het schrijven.

Komt u zelf ook naar de voorstelling?

Zeker, wat dacht je! Ik kom naar de tweede voorstelling op de vrijdag.

Bent u trots op het stuk?

Ik ben daar altijd voorzichtig mee, want je moet maar afwachten hoe het gaat als er publiek komt. De eerste stap is altijd om het stuk te laten lezen aan de groep die de voorstelling maken en erachter komen hoe zij het vinden: de regisseur, de mensen van de productie, de choreograaf. Dat is de eerste groep aan wie je het laat lezen, en dat is altijd heel spannend.

Vinden ze het leuk, hebben ze er wat mee, worden ze er door geïnspireerd, spreekt het hun creativiteit aan? Worden ze enthousiast over het verhaal kunnen ze er wat mee doen? Daardoor kan het alleen maar beter worden, want op papier is het niks: papier is alleen maar papier. Het moet nog op het toneel komen, en daar zijn allerlei mensen voor nodig. Er moeten bijvoorbeeld dansen bedacht worden, muziek geschreven en kostuums gemaakt.

En dan moeten de kinderen die gaan spelen en Jos het ook nog interessant vinden – kunnen ze er iets mee, spreekt het aan, vinden ze het leuk? Ik sta altijd wel open voor wat zij ervan vinden, want als het ergens in het stuk niet goed loopt moet er wat aan gedaan worden – dan moet ik weer aan de bak om te kijken waar het aan ligt. Het kan soms best wel ingrijpend zijn als je bij het schrijven iets over het hoofd hebt gezien.

Als die rondes geweest zijn word ik langzamerhand een beetje blijer, en dan is het nog even afwachten of het publiek het ook boeiend vindt, of ze goed reageren en plezier hebben. En of de ouders het stuk waar hun kind inspeelt ook leuk vinden. Als dat allemaal goed gaat, dan durf ik wel te zeggen dat het stuk goed gelukt is. En ben ik vooral ook trots op de ploeg die het gedaan heeft, die ervoor gezorgd hebben dat het stuk op het toneel is gekomen.

Wat vind je de leukste scène?

Dat kan ik eigenlijk niet zeggen, want ik heb het stuk al heel lang niet meer gelezen. Bij het schrijven vond ik het bij elke scène en locatie weer een uitdaging om te bedenken wat de kinderen daar weer mee gingen maken.

Waar ik stiekem op hoop is dat burgemeester Bruls bij de scène op de Waalbrug meedoet, al denk ik niet dat dit gaat lukken. Het is niet per se dat ik die scène het leukst vind hoor, maar het lijkt mij gewoon een grappig moment in het stuk. Ik schrijf dan gewoon in het script dat daar burgemeester Bruls staat en dan zie ik het verder wel.

Wanneer heb je het stuk geschreven?

Voor de coronacrisis, zeker twee-en-een-half jaar geleden.

Wat voor stukken heb je al geschreven?

Best wel veel. Ik heb een aantal musicals geschreven. De bekendste daarvan was er een met muziek en liedjes van Doe Maar. Ik heb er ook een geschreven over Billie Holiday, en over Toon Hermans en Wim Sonneveld.

En over de verhalen uit de kinderboeken van de scheepsjongens van Bontekoe en Koning van Katoren.

Hoe lang heb je erover gedaan om het stuk te schrijven?

Alles bij elkaar, dus de teksten en de liedteksten, denk ik dat ik er twee maanden aan gewerkt heb.

Ga je nog meer stukken schrijven?

Ik hoop van wel, ik vind het leuk, het is mijn werk en mijn vak. Ik hoop dat er nog andere dingen op mijn pad komen. Ik heb pas nog een heel groot stuk geschreven over Vincent van Gogh. In september gaat er een opera van mij uitgevoerd worden. Dat is spannend, want dat is weer iets heel anders dan ik normaal doe.

Meer weten over wat Lindenberg op School doet?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief over het primair onderwijs!
E-mailadres